Het LCA-woordenboek

Het LCA-woordenboek: 70+ afkortingen & begrippen gerelateerd aan een levenscyclus analyse (LCA). Overzichtelijk in één lijst op alfabet!

Abiotic Depletion

Abiotische uitputting (Abiotic Depletion) is de uitputting van abiotische bronnen. Dit zijn natuurlijke bronnen zoals ijzererts en ruwe olie die als niet-levend worden beschouwd, maar ook energiebronnen zoals wind en stromend water. Uitputting van abiotische bronnen is één van de Impact Categories waar bij het maken van een LCA rekening mee gehouden dient te worden en is één van de meest besproken Impact Categories.

Acidification (verzuring) 

Acidification is de verzuring van bodem en water als gevolg van een toevoer aan verzurende stoffen. Deze verzurende stoffen, voornamelijk zwaveldioxide, stikstofoxiden en ammoniak komen via de lucht in de grond terecht. Verzuring is slecht voor veel plantensoorten doordat er belangrijke voedingsstoffen zoals kalium, calcium en magnesium weggespoeld worden, die planten weer vatbaar maken voor ziekten. Ook kunnen voedingsstoffen die nog wel in de bodem zitten moeilijker worden opgenomen doordat uitgespoelde aluminiumdeeltjes de zeer fijne haarwortels van planten aantasten. Een ander gevolg van een ‘verzuurde’ bodem is dat er een teveel aan stikstof in de grond komt. Plantensoorten die goed gedijen onder stikstofarme bodems, denk aan heidegronden, worden verdrongen door snel groeiende plantensoorten, zoals brandnetels en bramen, welke meer stikstof nodig hebben. Dit heeft als gevolg dat de biodiversiteit afneemt.

Allocation

Allocatie is de verdeling van de in- of output stromen van een proces (of productsysteem) tussen het onderzochte productsysteem en één of meerdere andere productsystemen. Verdelingen die onder andere gemaakt kunnen worden conform ISO 14040 zijn: verdelingen gebaseerd op fysieke connecties, economisch verdelingen en verdelingen gebaseerd op factoren zoals gewicht, volume, energie etc.

Biogenic CO2

Het verbranden, vergisten of vergassen van biomassa resulteert in bio-energie. Bij het produceren van bio-energie komt er CO2 vrij in de atmosfeer. Nou komt er bij het verbranden van fossiele grondstoffen natuurlijk ook CO2 vrij, wat is dan het verschil? Dat zit hem in de oorsprong van de CO2 die vrijkomt. Waar er bij fossiele grondstoffen koolstofdioxide vrijkomt dat al miljoenen jaren onder de grond op zit gesloten, komt er bij het produceren van bio-energie CO2 vrij welke biomassa eerst zelf heeft opgenomen door middel van fotosynthese, CO2 + H2O + zonlicht = biomassa, weet je nog? Biogeen koolstof vormt de korte koolstofcyclus, waarbij een tijdspanne van 100 jaar wordt aangehouden. Dit betekent dat wordt aangenomen dat binnen 100 jaar de koolstof wordt opgenomen door bomen en ook weer wordt vrijgegeven wanneer het hout in een verbrandingsoven belandt. 

Biomass & Bioenergy

Met biomassa wordt alles bedoeld wat een organische oorsprong heeft en dus wordt geproduceerd door organismen (planten en dieren), zoals bijvoorbeeld hout. Met andere woorden: biomassa is elk soort organisch materiaal wat zonlicht heeft geabsorbeerd en vervolgens heeft opgeslagen in de vorm van energie, oftewel via fotosynthese. Grondstoffen die door middel van geologische processen zijn getransformeerd, bijvoorbeeld steenkool of aardgas, worden niet als biomassa gezien. Door middel van het verbranden, vergisten of vergassen van biomassa kan er bio-energie worden geproduceerd. Dit kan biomassa zijn in de vorm van onbewerkte/ruwe biomassa, maar ook het verbranden van biofuel resulteert in bio-energie. Een groot voordeel van bio-energie is dat het als alternatief gebruikt kan worden voor energie wat geproduceerd is door fossiele grondstoffen. 

By-product (bijproduct)

Een bijproduct is een product dat onbedoeld ontstaat in een productieproces, maar wel een nuttige toepassing kent. In de suikerbieten industrie worden bijvoorbeeld bietenpulp, schuimaarde en melasse als bijproducten geproduceerd. Deze kunnen worden gebruikt voor veevoer, meststof, of als grondstof voor de productie van alcohol. Het gebruiken van bijproducten zorgt ervoor dat er een groter gedeelte van de originele grondstoffen gebruikt wordt, wat uiteindelijk resulteert in minder afval. Aangezien deze bijproducten een waarde hebben, wordt er in een LCA dus ook een deel van de milieu-impact van het productieproces toegekend waarin de bijproducten ontstaan. Dit gebeurt middels allocatie.

Carbon footprint

Wanneer een carbon footprint wordt gemaakt van een product, bedrijf of organisatie, wordt in kaart gebracht hoeveel CO2-emissies (of reductie) er plaatsvinden. Bij het maken van een carbon footprint zijn er verschillende scopes waar naar gekeken wordt. Er wordt onderscheid gemaakt tussen eigen directe CO2 uitstoot (scope 1) door bijvoorbeeld auto’s van de zaak. De eigen indirecte CO2 uitstoot (scope 2) die ontstaat bij het opwekken van energie, zoals elektriciteit. En scope 3, waar alle overige, niet-eigen indirecte CO2 emissies onder vallen zoals het transport van benodigde grondstoffen en ingekochte grondstoffen

Characterisation (factor) 

Karakteriseringsfactoren worden gebruikt om de hoeveelheid van een Impact Category Indicator te berekenen, zodat die overeenkomt met een functionele eenheid. Een characterisation factor wordt toegepast om een analyseresultaat van een Life Cycle Inventory Analysis om te zetten naar de gemeenschappelijke eenheid (ISO 14040).

Characterisation model (karakteriseringsmodel) 

Een model welke de relatie beschrijft tussen het resultaat van een Life Cycle Inventory Analysis en de daaropvolgende impact vertegenwoordigd bij Impact Category Endpoint(s)

Coca Cola

Oorspronkelijk is LCA een wetenschappelijke methode om de milieu-impact van een product of dienst te kwantificeren. Maar al in 1969 liet Coca Cola als eerste bedrijf zien dat LCA ook commercieel ingezet kan worden. Destijds produceerde Coca Cola alleen de klassieke glazen flessen. Voornamelijk gedreven door economische redenen, zocht Coca Cola naar andere materialen voor hun verpakkingen, om het materiaal- en energieverbruik te verminderen en zo de kosten te verlagen. Nu kennen we allemaal de aluminium blikjes en plastic flessen.

Cradle-to- …

  • Gate

Met Cradle-to-Gate wordt een systeemgrens bedoeld die niet de gehele levenscyclus van een product omvat, maar slechts een gedeelte. Namelijk, van grondstofwinning (cradle) tot aan de fabriekspoort. De gebruiks- en einde levensfasen worden dus niet meegenomen. 

  • Grave

Een Cradle-to-Grave is een systeemgrens van de gehele levenscyclus van een product. Van het winnen van grondstoffen tot aan het einde van de levensduur van het product.

  • Cradle

De letterlijke vertaling van Cradle-to-Cradle is ‘van wieg tot wieg’ en de gedachte van deze filosofie is dat alle materialen die gebruikt zijn in een bepaald product, nuttig ingezet kunnen worden in een ander product. Het verschil met conventioneel hergebruik is dat er geen kwaliteitsverlies is en dus ook geen restproducten/afval. Een veelgebruikte term in de Cradle-to-Cradle filosofie is dan ook “waste equals food”. 

Cut-off criteria

Beschrijving van de hoeveelheid van een materiaal- of energiestroom die buiten de afbakeningen (system boundary) van een studie vallen. Cut-off criteria zijn dus stromen die niet mee worden genomen in een LCA.

Dataset (LCI or LCIA dataset)

Een document of bestand met levenscyclus informatie van een specifiek product of andere referentie (bijv. locatie, proces), met daarin metadata en een kwantitatieve levenscyclus inventarisatie en/of levenscyclus effectbeoordelingsgegevens (life cycle impact assessment data). Bij het maken van een LCA is het van belang om de kwaliteit van data na te gaan. Om de robuustheid van een LCA uitkomst (de milieu-impact van een product, bedrijf of organisatie) te vergroten wordt altijd nagestreefd om leverancier specifieke data te gebruiken. In het geval wanneer er geen leverancier specifieke data voorhanden of op te vragen is, wordt er gebruikt gemaakt van de Nationale Milieudatabase (NMD) of de database van Ecoinvent.

Distance-to-target method (DTT method)

Een wegingsmethode welke de huidige impact van een project vergelijkt met de gewenste impact levels van hetzelfde project.

Downcycling

Downcycling is een term uit de wereld van recyclen. Wanneer een grondstof wordt hergebruikt, maar niet meer de kwaliteit of zuiverheid van het oorspronkelijke grondstof heeft, wordt het process van hergebruiken downcycling genoemd. Het tegenovergestelde van downcycling is upcycling. Dit is het proces waarbij de kwaliteit van een grondstof omhoog gaat bij hergebruik.

Ecochain

Ecochain is een duurzaamheidsplatform welke organisaties wereldwijd met elkaar weet te verbinden. Het bedrijf heeft tools (Ecochain en Mobius) ontwikkeld waarmee het mogelijk is voor andere bedrijven en organisaties om real-time inzicht te krijgen in hun impact op het milieu, onder het motto “meten is weten”. Wanneer Hedgehog Company voor uw product, bedrijf of organisatie een LCA maakt, maken wij ook gebruik van deze tool!

Ecoinvent

Ecoinvent is een Zwitserse organisatie toegewijd aan het promoten en steunen van de beschikbaarheid van LCA gegevens wereldwijd. Ecoinvent heeft een database gepubliceerd welke goed gedocumenteerde process data van duizenden materialen en producten bevat. Dit is vooral data uit LCA resultaten en EPD’s, welke uiteraard voldoen aan alle NEN-EN en ISO normeringen. De Ecoinvent database helpt organisaties en bedrijven wereldwijd en maakt het mogelijk om inzage te krijgen in de milieu-impact van verschillende materialen. Dit biedt dus ook de kans om de keuze voor producten (mede) te laten afhangen van de negatieve of positieve impact op het milieu.

Ecolabels 

Met de groeiende bezorgdheid over de milieu-impact van productsystemen, is een reeks inspanningen geleverd om zowel het producenten- als het consumentengedrag te veranderen. Ecolabelling is een manier om consumenten te informeren over de milieu-impact van hun consumptiepatronen en producenten aan te moedigen de ecologische duurzaamheid van hun producten te verbeteren. Er zijn drie verschillende types ecolabels: type 1, type 2 en type 3.

  • Type 1: Ook wel het ‘klassieke’ ecolabel genoemd, evalueert de milieu-impact van een product in vergelijking met vergelijkbare producten. Type 1 wordt ook wel beschouwd als de zogenaamde ‘gouden standaard’ voor consumenteneducatie omdat er een onafhankelijke certificeringsinstantie achter zit. Twee veelvoorkomende ecolabels zijn de EU Ecolabel en Fair trade.
  • Type 2: Claims van fabrikanten, importeurs, detailhandelaren of distributeurs over de milieukenmerken van een product of dienst. Type 2 ecolabels zijn niet door een onafhankelijke partij gecertificeerd en roepen dus vragen op over de geldigheid van de claims. 
  • Type 3: Vrijwillige verklaringen van de duurzaamheid van de gehele levenscyclus van een product of dienst. Dit type ecolabel is al dan niet gecertificeerd door derden (Hedgehog Company) en faciliteert het trekken van onafhankelijke conclusies over de duurzaamheid van een product/dienst.

Elementary Flow

Energie en materialen aan het begin of einde van een keten, welke onttrokken zijn uit de natuur, en (vervolgens) niet of nauwelijks zijn bewerkt door de mens (ISO 14040).

Environment

Als er wordt gesproken over de environment van een bedrijf of organisatie, dan wordt daarmee de omgeving waarin een organisatie of bedrijf opereert bedoeld. Onder environment valt de volledige omgeving: van lucht, water en land tot aan planten, mensen en onderlinge interacties (ISO 14001). Er kan echter wel onderscheid tussen verschillende environments worden gemaakt. Zo wordt er vaak gesproken over een social environment (mensen), een biophysical environment (natuur) of een economic environment (resources). 

Environmental Product Declaration (EPD)

Een EPD is een gestandaardiseerde en op LCA gebaseerd document (ISO14025), welke gebruikt wordt om de milieuprestaties van een product of systeem aan te geven. Het vormt als het ware een soort samenvatting van een LCA rapport, waarin bedrijfsgevoelige informatie weggelaten wordt. Het vormt een milieuprofiel van een product die wereldwijd gebruikt wordt door bedrijven en organisaties om aan te geven wat voor impact verschillende producten of systemen hebben op de omgeving. 

ESG (Environment, Social, Governance)

ESG-criteria zijn milieu-, sociale en bestuurscriteria voor de activiteiten van een bedrijf die gevolgen kunnen hebben voor de samenleving of het milieu. De ESG (Environmental, Social and Governance)-criteria vormen de drie belangrijkste criteria die gebruikt worden om de duurzaamheid en de ethische weerslag van een investering in een bedrijf of in een economisch veld te meten. Zo vormen ze een meetbare verantwoorde investering.

Foreground system

Het foreground systeem bestaat uit processes welke onder de controle vallen van de beslissingsnemer waarvoor een LCA uitgevoerd wordt.

Fotosynthese

Planten hebben de gave om zonlicht om te zetten in energie. Dit proces wordt fotosynthese genoemd en speelt zich af in de bladeren van een plant (in de bladgroenkorrels om precies te zijn). Om energie (glucose) te produceren heeft een plant meer nodig dan alleen zonlicht (fotonen), namelijk CO2 en water. Deze drie elementen vormen samen het recept om glucose te produceren, waarbij er zuurstof (O2) ontstaat als bijproduct. En dat is weer goed voor onder andere de mens! 

Frans Timmermans

Franciscus Cornelis Gerardus Maria (Frans) Timmermans (Maastricht, 6 mei 1961) is een Nederlands politicus, diplomaat en, sinds 1 december 2019, Eurocommissaris en tevens de eerste vicevoorzitter van de commissie-Von der Leyen. Op 2 december 2019 begon Timmermans als klimaat-Eurocommissaris. Timmermans presenteerde in maart 2020 zijn ‘Green deal‘, een lijst plannen om de Europese Unie in 2050 klimaatneutraal te maken. Zijn voorstel dat de Europese Commissie zelf de klimaatdoelen mag aanscherpen als klimaatneutraliteit in 2050 uit zicht zou raken, stuitte op verzet van Europarlementsleden en juristen. Ondanks dat er in november 2019 de klimaat noodtoestand werd uitgeroepen door een meerderheid van het Europees Parlement, werd de landbouw niet verplicht tot verduurzaming in de begroting, mede door een sterke landbouwlobby.

Functional Unit

De definitie van een functionele eenheid is essentieel voor het opstellen en modelleren van een productsysteem in een LCA. Een functionele eenheid is een gekwantificeerde beschrijving van de functie van een product welke als referentie dient voor alle berekeningen met betrekking tot de milieu-impact score. Een functionele eenheid kan gebaseerd zijn op verschillende kenmerken van het onderzochte product, zoals prestaties, esthetiek, technische kwaliteit, aanvullende diensten, kosten, etc. 

Global Warming Potential (GWP)

Global Warming Potential is een aanduiding voor de mate waarin een broeikasgas bijdraagt aan de opwarming van de aarde. In het Nederlands heet deze Impact Category Klimaatverandering. Klimaatverandering is een relatieve maat, wat wil zeggen dat het een score, uitgedrukt in CO2 equivalenten, die kijkt naar de opwarming van de aarde. In andere woorden, het GWP is, in een periode van 100 jaar, het opwarmingsvermogen van 1 kg van een bepaald gas, ten opzichte van 1 kg CO2. Methaan is bijvoorbeeld ook een broeikasgas die bijdraagt aan de opwarming van de aarde. Methaan is echter een veel sterker broeikasgas en weegt 25 keer zo zwaar mee als CO2.

Greenhouse gas emissions (GHG)

Greenhouse gas emissies zijn broeikasgassen die door toedoen van de mens terecht komen in de atmosfeer. Jaarlijks zorgen wij er met zijn allen voor dat er ongeveer 50 miljard ton CO2 per jaar in de atmosfeer terecht komt en deze uitstoot is dan ook een van de grote oorzaken van klimaatverandering. De meest voorkomende greenhouse gas (oftewel broeikasgas) is koolstofdioxide (CO2). Dit komt vrij bij het verbranden van fossiele brandstoffen zoals kolen, olie en aardgas. Grote uitstoters van CO2 zijn dan ook vaak bedrijven in de transport- en energiesector. Andere broeikasgassen zijn methaan, lachgas en waterdamp.

GHG Reporting Protocol

Het GHG-protocol is van toepassing op het meten van broeikasgassen in zowel de publieke als de private sector en geldt als de gemeenschappelijke norm voor de manier van rapporteren en als basis voor veel duurzaamheidscertificeringen. Om de milieu-impact van broeikasgassen goed te begrijpen is het nodig dat bedrijven en organisaties inzicht krijgen in hun hotspots en handelingen gaan verrichten om deze uitstoot terug te dringen. Het meten, rapporteren en terugdringen van broeikasgassen is dan ook steeds belangrijker aan het worden en het wordt voor bedrijven zelfs verplicht vanaf januari 2022 om hun milieu-impact te rapporteren. Het GHG Reporting Protocol schrijft voor dat bedrijven en organisaties minimaal de emissies van scope 1 en 2 rapporteren. Scope 3 is optioneel.

Green Deal

De Europese Green Deal is het programma van de Commissie Von der Leyen om klimaatverandering tegen te gaan. Met deze Green Deal moet Europa in 2030 de CO2-uitstoot met 55 procent terugbrengen ten opzichte van 1990 en in 2050 zou Europa het eerste klimaatneutrale continent moeten worden: de Europese Unie dient dan niet meer bij te dragen aan de opwarming van de aarde door de uitstoot van broeikasgassen. Eerste vicevoorzitter Frans Timmermans is hier verantwoordelijk voor. Om de EU voor 2050 klimaatneutraal te maken, is er een routekaart uitgestippeld met een hele reeks aan maatregelen. De Europese Green Deal bestrijkt alle sectoren van de economie, met name vervoer, energie, landbouw en infrastructuur, maar ook bijvoorbeeld de ICT. Om de doelstellingen te halen, zijn grote investeringen nodig. Jaarlijks zal er naar schatting 260 miljard euro extra geïnvesteerd moeten worden. Op 14 juli 2021 heeft de Europese Commissie een groot pakket aan maatregelen gepresenteerd, genaamd ‘Fit for 55’, waarmee deze doelstellingen behaald moeten worden. Het klimaatpakket bestaat uit een groot aantal wetten en zal het de Europese economie en samenleving diepgaand veranderen. Zo worden fossiele brandstoffen gefaseerd duurder en mogen er vanaf 2035 geen benzine auto’s meer gemaakt worden.

Greenwashing

Wanneer een bedrijf of organisatie aan greenwashing doet, betekent dit dat zij zich duurzamer of maatschappelijk verantwoorder voordoen dan ze daadwerkelijk zijn. Een goed voorbeeld van een ‘greenwasher’ is het oliebedrijf Shell. Door duurzame investeringen te promoten en te pretenderen de ernst van de opwarming van de aarde in te zien, lijkt het bedrijf bezig te zijn met een groene toekomst. Shell is echter een van de grootste vervuilers ter wereld en is er tot op heden nog geen vooruitzicht dat hier enige verandering in gaat komen. De krant Trouw weet namelijk te melden dat Shell zich tussen 2016 en 2020 niet eens aan haar eigen groene doelstellingen heeft weten te houden.

Hotspot analysis

Een hotspot in de wereld van LCA betekent een materiaal, levenscyclus fase of  proces die verantwoordelijk is voor een significant proportie van de milieu impact. Een hotspot analyse is een analyse van de hotspots van een gehele LCA. De output van een hotspot analyse kan gebruikt worden voor het identificeren en prioriteren van potentiële acties om te handelen op de meest significante impacts. Een hotspot analyse wordt vaak uitgevoerd voordat er meer gedetailleerd onderzoek gedaan wordt.

Human Toxicity Potential

Het potentieel voor menselijke toxiciteit (HTP), een berekende index die de potentiële schade weergeeft van een chemische stof die in het milieu vrijkomt, is gebaseerd op zowel de inherente toxiciteit van een verbinding als de potentiële dosis ervan. Het wordt gebruikt om emissies te wegen die zijn geïnventariseerd als onderdeel van een levenscyclusanalyse (LCA) en om emissies te aggregeren in termen van een referentie verbinding. De totale emissies kunnen worden geëvalueerd in termen van benzeen equivalentie (kankerverwekkende stoffen) en tolueen equivalenten (niet-kankerverwekkende stoffen).

Impact category

Impact Categories zijn logische groeperingen van LCA resultaten, welke interessant zijn voor stakeholders en degene die verantwoordelijk zijn voor het nemen van beslissingen. Handig aan Impact Categories is dat het een overzichtelijke weergave geeft van de milieu-impact op verschillende delen van de natuur. Zo kun je direct zien welke uitstoot waar wat voor impact heeft. Er is onderscheid te maken tussen verschillende Impact Categories, onder andere: grondstofgebruik, klimaatverandering en waterverbruik.

Impact category midpoint/endpoint

Bij het berekenen van de resultaten van een LCA kunnen veel verschillende impact assessment methoden gebruikt worden. Hoewel deze methoden in verschillende aspecten variëren, is er een belangrijk onderscheid te maken tussen midpoint- en endpoint-methoden. De twee methoden gebruiken verschillende stadia in de oorzaak-gevolg keten om de impact te berekenen. Een midpoint-methode kijkt naar de impact eerder langs de oorzaak-gevolg keten voordat het eindpunt wordt bereikt en een endpoint-methode kijkt naar de milieu-impact aan het einde van deze oorzaak-gevolg keten. Endpoint-methodes worden doorgaans weergegeven als de impact op de menselijke gezondheid, de kwaliteit van het ecosysteem en de uitputting van bronnen.

ISO 14040

ISO 14040 is een gestandaardiseerde manier van het beschrijven van de principes en kaders van een Life Cycle Assessment (LCA). Een LCA conform ISO 14040 bestaat uit vier verschillende fases: het definiëren van het doel en de scope van een LCA, een inventory analyse (LCI), een impact assessment (LCIA) en een interpretatie fase. Het verschil tussen ISO 14040 en ISO 14044 is dat ISO 14040 meer geldt als een algemene introductie van een LCA en LCI, en ISO 14044 meer specifieke eisen stelt.

ISO 14044

ISO 14044 specificeert eisen en geeft richtlijnen voor een levenscyclusanalyse (LCA). Onder deze eisen en richtlijnen vallen: de definitie van het doel, de reikwijdte van de LCA (scope 1, 2 en 3), de levenscyclus-inventarisatie-analyse-fase (LCI), de levenscyclus-impact-analyse-fase (LCIA), de levenscyclus-interpretatie-fase, een rapportage en kritische review van de LCA, de limitaties van de LCA, de relatie tussen verschillende LCA-fases en de voorwaarden voor gebruik. Het verschil tussen ISO 14040 en ISO 14044 is dat ISO 14044 meer specifieke richtlijnen geeft en eisen stelt, daar waar ISO 14040 meer geldt als een algemene introductie van een LCA of LCI.

Klimaatverandering

Klimaatverandering, wie heeft er nog niet van gehoord? Het is het allesomvattende begrip van de gevolgen die de opwarming van de aarde met zich meebrengt. De aarde warmt op door, wat je waarschijnlijk al weet, de in rap toenemende hoeveelheid broeikasgassen in de atmosfeer. In augustus 2021 is er door het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) een nieuw rapport uitgebracht. De IPCC is een organisatie opgericht door de Verenigde Naties om de risico’s van klimaatverandering te onderzoeken en evalueren. In hun meest recente onderzoeksrapport staan een aantal belangrijke conclusies: 

  • 1. Het staat vast dat het overgrote deel van de aardopwarming aan de mens te danken is. 
  • 2. Klimaatverandering als gevolg van de opwarming van de aarde heeft al voor veel problemen gezorgd. Klimaatverandering is het beste merkbaar en waar te nemen door de toename van, vooral regionale, weersextremen.
  • 3. De grens van 1.5 graad Celsius wereldwijde temperatuurstijging wordt al bereikt over ongeveer 10 jaar, waar er voorheen rekening werd gehouden met 20 tot 30 jaar. Dit benadrukt nog maar eens de noodzaak dat onze milieu-impact omlaag moet!

Life Cycle

De life cycle (levenscyclus) van een product bestaat uit de gehele keten van een product: de productie, het gebruik van het product en de afdanking ervan. In plaats van een levenscyclus wordt het ook wel de productieketen genoemd.

Life Cycle Assessment (LCA) 

Een life cycle assessment is een van origine wetenschappelijke methode voor het in kaart brengen van de invloed van producten en menselijke activiteiten op de omgeving. Zo wordt de gehele life cycle van een product in kaart gebracht, van grondstofwinning tot de verwerking tot afval en wordt er onderzocht wat voor impact dit heeft op de planeet. Een LCA kwantificeert de milieu-impact van een product. De LCA methode wordt ook steeds meer commercieel toegepast. Wist je dat bijvoorbeeld de eerste levenscyclusanalyse in 1969 door Coca Cola is uitgevoerd?

Life Cycle Costing (LCC)

LCC is een beoordeling van alle kosten gerelateerd aan een bepaald product, over de gehele levenscyclus van dat product.

Life Cycle Inventory Analysis (LCI)

Een LCI analyse is door ISO gedefinieerd als de fase van een LCA welke de verzameling en kwantificatie van inputs en outputs voor een product gedurende de gehele levenscyclus omvat. Een LCI analyse vereist de kwantificering van de volgende elementen:

  • Energievereisten
  • Benodigde ruwe materialen
  • Emissies (atmosferisch, aan water, aan land)
  • Vaste afvalstoffen
  • Overig schade aan de omgeving

Life Cycle Impact Assessment (LCIA)

Een life cycle impact assessment (LCIA) is de fase van een LCA waarin de evaluatie plaatsvindt van de (potentiële) impact op de omgeving door elementary flows. Deze impact volgt uit het maken van een life cycle inventory analysis (LCI). Een LCIA bevat de volgende stappen:
Het selecteren van relevante Impact Categories

  • Classificatie: het toewijzen van elementary flows aan Impact Categories.
  • Karakterisatie: het gebruik van karakterisering factoren om de hoeveelheid van een Impact Category Indicator te berekenen die overeenkomt met een functionele eenheid.
  • Normalisatie: Het uitdrukken van potentiële impacten ten opzichte van een referentie.
  • Groeperen: het sorteren en/of rangschikken van Impact Indicatoren.
  • Wegen: relatieve weging van Impact Categories; evaluatie en rapportage.

Life Cycle Sustainability Assessment (LCSA)

Levenscyclus-duurzaamheidsbeoordeling (LCSA) verwijst naar de evaluatie van alle ecologische, sociale en economische negatieve en positieve impacten op besluitvormingsprocessen voor duurzame producten gedurende de gehele levenscyclus.

Milieuprofiel

Een milieuprofiel is de uitkomst van een LCA. Hierin staan de milieueffecten uitgedrukt in verschillende Impact Categories, zoals uitputting van grondstoffen, klimaatverandering en aantasting van de ozonlaag.

Milieu Kosten Indicator (MKI)

Een Milieu Kosten Indicator is een score waarin alle Impact Categories gewogen en samengevat worden, uitgedrukt in Euro’s. Een andere benaming voor een MKI is ook wel de single-score indicator of Environmental Cost Indicator. Om de milieu-impact van een product of bedrijf te berekenen, dient er een LCA te worden uitgevoerd. Maar omdat elk product of bedrijf verschillend is (en dus ook de LCA), is het moeilijk om de verschillende milieu-impacten met elkaar te vergelijken. En daar komt de MKI goed van pas. Door de totale milieu-impact te vertalen naar Euro’s, is het mogelijk om verschillende producten en bedrijven gemakkelijk met elkaar te vergelijken. Dit kan dan weer handig zijn voor bijvoorbeeld openbare aanbestedingen. Zo kan een gemeente of provincie de MKI als criterium gebruiken om de winnende offerte te kiezen.

Milieuprestatie Gebouwen (MPG)

De Milieuprestatie Gebouwen kan aan de hand van de MKI berekend worden. De MPG is de totale impact op het milieu veroorzaakt door een gebouw, uitgedrukt in Euro / BVO (bruto vloer oppervlak) / 50 of 75 jaar. Tegenwoordig is het verplicht om bij de bouw van nieuwe kantoorgebouwen of nieuwbouw woningen een MPG berekening te laten maken.

NEN & EN normeringen 

NEN en EN normeringen zijn een breed scala aan normen. Dit kunnen normen zijn voor bliksembeveiliging (NEN 1014), maar ook normen voor energieprestaties van gebouwen (NEN 7120), een enorm uiteenlopende lijst dus. Het verschil tussen een NEN en een EN norm, is dat een NEN normering een nederlandse norm is, terwijl een EN een Europese geharmoniseerde norm is. Een voorbeeld van een Europese norm is de EN15804. Dit is een norm die bepaalt hoe EPD’s (milieuproductverklaringen) opgesteld dienen te worden in de bouwsector. Het voordeel van een LCA opgesteld volgens Europese normen is dat het zorgt voor een transparante en eerlijke werkmethode waarmee het gemakkelijker wordt om LCA resultaten met elkaar te vergelijken door heel Europa.

Net Zero Emission

Net Zero Emission refereert naar een situatie waarin de greenhouse gas emissies en greenhouse gas opname in balans zijn. In andere woorden, alle uitstoot wordt gecompenseerd zodat er netto geen emissie van broeikasgassen plaatsvindt. Een veel voorkomende manier van uitstoot compenseren is het planten van nieuwe bomen. 

Nationale Milieu Database (NMD)

De Nationale Milieu Database bevat milieudata van bouwproducten en gebouwinstallaties aangeleverd door de industrie of andere databases, die bij het berekenen van de milieuprestatie van bouwwerken in de rekeninstrumenten wordt gebruikt. De milieudata in de NMD omvat milieuprofielen: lijsten met milieueffecten uitgedrukt in verschillende Impact Categories volgens de Europese Norm (EN) 15804, zoals uitputting van grondstoffen, aardopwarmingsvermogen en aantasting van de ozonlaag.

Nulmeting (0-meting)

Zodra bedrijven en organisaties weten wat hun milieu-impact is (middels een LCA), is het ook mogelijk om in te zien waar het gemakkelijkst de uitstoot die veroorzaakt wordt, teruggebracht kan worden. Wanneer er maatregelen zijn getroffen om deze uitstoot terug te brengen, zijn de meeste bedrijven nieuwsgierig met hoeveel zij hun milieu-impact hebben weten te verminderen. Om dit uit te rekenen is het nodig om een tweede LCA te laten maken zodat het duidelijk wordt welke progressie er geboekt is. Op het moment van vergelijken wordt het resultaat van de eerste LCA die is uitgevoerd de nulmeting genoemd. Op deze manier wordt het gemakkelijker om de verschillen (verbeteringen) in kaart te brengen en te verduidelijken wat de precieze winst is geweest van de genomen maatregelen.

Organisation Environmental Footprint (OEF) 

De Organisation Environmental Footprint (OEF) is een meting van de milieuprestatie van een organisatie, aan de hand van verschillende criteria. OEF studies worden opgesteld met het overkoepelende doel om de milieu-impacten van een organisatie te verminderen, rekening houdend met de activiteiten van de organisatie en de productieketen (van grondstofwinning, productie tot aan het gebruik en einde-levensfase).

Ozone depletion

De ozonlaag van de aarde wordt geleidelijk dunner en dunner doordat deze wordt aangetast. Deze aantasting wordt veroorzaakt door gassen die chloor en/of broom bevatten en vrijkomen bij industriële en menselijke activiteiten. De verdunning van de ozonlaag gaat het hardst boven de poolgebieden (vooral boven antarctica) en veroorzaakt een aantal problemen. Doordat de ozonlaag is aangetast bereikt er meer UV-straling het aardoppervlakte met als gevolg dat het aantal mensen met huidkanker toeneemt en er schade aan het immuunsysteem wordt toegebracht. Het Protocol van Montreal (1987) was de eerste van een aantal uitgebreide internationale overeenkomsten die werden gesloten om de productie en het gebruik van ozonafbrekende chemicaliën te stoppen, welke bijvoorbeeld voorkwamen in deodorantbussen. De verwachting is dat als gevolg van deze terugdringing door internationale samenwerking de ozonlaag zich in de loop van de tijd zal herstellen.

Product Environmental Footprint (PEF)

Waar een Organisation Environmental Footprint (OEF) studie gericht is op de gehele organisatie, is een Product Environmental Footprint (PEF) studie gericht op individuele producten of services. Een PEF brengt in kaart  wat de milieu-impact van een specifiek product of service is; van grondstofwinning, productie tot aan het gebruik en einde-levensfase. De PEF-methode is ontwikkeld door de Europese Commissie (EC) met als doel om op een gestandaardiseerde manier milieuprestaties van producten te kunnen meten. Doordat de EC productregels voor een LCA heeft opgesteld, wordt nu in Europa overal dezelfde methode gehanteerd. Hierdoor is het gemakkelijker geworden om milieuprestaties door te communiceren en om met elkaar te vergelijken.

Product System

Het Productsysteem is een verzameling van processen (activiteiten welke inputs omzetten in outputs) die nodig zijn om een bepaalde functie uit te voeren en die binnen de kaders van het onderzoek vallen (System Boundaries). Het is representatief voor alle processen in de levenscyclus van een product of service.

Productkaarten 

De Nationale Milieudatabase (NMD) is gevuld met productkaarten. Een productkaart bevat algemene informatie over het desbetreffende product, zoals naam, levensduur en functionele eenheid. Aanvullend daarop bevat het milieu-informatie die verkregen is uit een levenscyclusanalyse (LCA). Er zijn drie verschillende categorieën productkaarten:

  • Categorie 1: merkgebonden en getoetste data van fabrikanten en toeleveranciers. Deze data is getoetst door een onafhankelijke, gekwalificeerde derde partij volgens het NMD-toetsingsprotocol. Een categorie 1 productkaart is openbaar met beperkte toegang tot milieu-informatie.
  • Categorie 2: merkongebonden data (merkloos) van groepen van fabrikanten en/of toeleveranciers en branches. Toetsing: getoetst door een onafhankelijke, gekwalificeerde derde partij volgens het Toetsingsprotocol, met vermelding van representativiteit (representatief voor bijvoorbeeld de Nederlandse markt of een groep van producenten). Openbaarheid: productkaart openbaar, milieu-informatie beperkt toegankelijk.
  • Categorie 3: Merkongebonden data (merkloos) van Stichting Nationale Milieudatabase. Toetsing: niet getoetst volgens het Toetsingsprotocol. Openbaarheid: productkaarten en basisprofielen openbaar.

De geldigheid van een productkaart vervalt na 5 jaar. Na deze periode moeten productkaarten worden aangepast. Productkaarten mogen ook tussentijds worden aangepast, bijvoorbeeld na veranderingen in het productieproces die invloed hebben op de milieuprestatie.

Quality

Kwaliteit staat bij Hedgehog Company altijd voorop. Middels onze expertise zorgen wij dat alle stappen van het proces (van dataverzameling tot aan de oplevering van resultaten) volgens een gestructureerd plan verlopen, waarbij wij tussendoor onze voortgang aan u terugkoppelen. Zo zorgen wij dat u mee wordt genomen in het proces en er geen misverstanden kunnen ontstaan.

Rebound effect

Rebound Effecten zijn de veranderingen in productie en/of consumptie van een persoon of bedrijf wanneer een bepaald product verbeterd wordt. Bijvoorbeeld: “Nu ik een elektrisch auto rijd, kan ik vaker de auto pakken” of “nu ons bedrijf schoner produceert, kunnen we de productie opschroeven”. Met andere woorden: er vind een verschuiving van milieu-impact plaats. Er is onderscheid te maken tussen drie soorten Rebound Effecten:

  1. Specifieke Rebound Effecten: hierbij verandert de productie en consumptie van het desbetreffende product. Voorbeeld: door de aanschaf van een zuinigere kraan wordt er direct minder water verbruikt. 
  2. Algemene Rebound Effecten: hierbij verandert de algemene productie en consumptie. 
  3. Gedrags Rebound Effecten: hierbij verandert het gedrag als gevolg van een verbetering of innovatie op een product. Voorbeeld: “Nu ik minder vlees eet, kan ik 10 minuten per dag langer douchen”.

Middels een LCA kan Hedgehog Company het Rebound Effect minimaliseren door de gehele levenscyclus van een bedrijf of organisatie mee te nemen. Hierbij wordt er rekening gehouden met de milieu-impact van een verbetering/innovatie en wat voor gevolgen dit heeft voor de rest van de bedrijfsvoering of mentaliteit. Op deze manier zorgen wij ervoor dat de milieu-impact die wij berekenen middels een LCA betrouwbaar én geloofwaardig is.

Reference flow

De Reference flows vertalen een abstracte functionele eenheid in specifieke productstromen voor elk van de vergeleken productsystemen, zodat product alternatieven vergeleken worden op een gelijkwaardige basis waarbij de daadwerkelijke gevolgen van een potentieel product in kaart gebracht kunnen worden. De Reference flows zijn de uitgangspunten voor het bouwen van de benodigde modellen van productsystemen.

Scope 1, 2 & 3

Bij het maken van een LCA wordt gekeken naar verschillende ‘scopes’. Er zijn drie verschillende scopes, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen scope 1, 2 en 3. Onder scope 1 vallen directe emissies, onder scope 2 & 3 vallen indirecte emissies. Het gebruik van scopes geeft inzicht in de bron van de emissies en vergemakkelijkt het process om emissies terug te dringen; het geeft een snelle inzage in waar een organisatie of bedrijf zelf iets aan kan doen en waar het afhankelijk is van bijvoorbeeld leveranciers. 

  • Scope 1

Zoals hierboven vermeld vallen onder Scope 1 de directe emissies. Dit zijn de emissies zijn waarvoor een bedrijf of organisatie zelf verantwoordelijk is. Een voorbeeld is bijvoorbeeld de CO2 emissies die vrijkomen bij de verbranding van diesel uit machines die draaien op de eigen productielocatie. Uitzondering op scope 1 zijn de gassen die vrijkomen bij het verbranden, vergissen of vergassen van biomassa

  • Scope 2  

Onder scope twee vallen de broeikasgassen welke vrijkomen bij de productie van energie. Hierbij kun je bijvoorbeeld denken aan de CO2-gassen die vrijkomen bij de productie van grijze stroom. Het gaat dus over uitstoot die niet plaatsvindt op de locatie van een organisatie of bedrijf zelf, maar die plaatsvindt op de locatie van een energieproducent. 

  • Scope 3 

Onder scope 3 vallen alle emissies van bronnen welke niet in eigendom zijn van, of direct te controleren zijn door, de organisatie of het bedrijf waar een LCA voor gemaakt wordt. Ondanks dat er geen directe controle over is, zijn het wel emissies waar het bedrijf of organisatie mede verantwoordelijk voor is. Een voorbeeld van een scope 3 emissie zijn de broeikasgassen die vrijkomen tijdens het transport van grondstoffen, welke bijvoorbeeld nodig zijn voor de productie van goederen. Vaak vormt dit de grootste hotspot en ligt hier de grootste uitdaging in het terugdringen van de emissies.

SMOG

Smog is gelukkig iets waar we in Nederland niet vaak last van hebben. Het probleem is echter dichterbij dan je misschien zou denken, daar waar steden als Parijs en Londen er wel hinder van ondervinden en er ook al maatregelen tegen hebben moeten treffen. Smog is het gevolg van een toename van luchtvervuiling en wordt vooral veroorzaakt door ozon en fijnstof, stoffen die vrijkomen via uitlaatgassen van auto’s. Er is onderscheid te maken tussen twee typen smog: fotochemische smog en industriële smog. De eerste kan ontstaan in de zomer wanneer er gedurende een aantal dagen niet tot weinig wind staat en het warm en zonnig is. Deze vorm van smog wordt ook wel ‘bruine smog’ genoemd en wordt vooral veroorzaakt door auto’s en elektriciteitscentrales. De tweede vorm van smog, industriële smog, wordt ook wel ‘grijze smog’ genoemd. Deze ontstaat op een andere manier dan fotochemische smog. Zogenoemde ‘grijze steden’ liggen meestal in een koud en nat klimaat en zijn vaak sterk afhankelijk van kolen en olie. Industriële smog ontstaat dan ook vooral in de winter wanneer de vraag en het verbruik van deze fossiele brandstoffen hoger ligt. Om smog terug te dringen is het van groot belang dat we met zijn allen minder en schoner gaan rijden en vuile industries de verantwoordelijkheid voor hun milieu-impact gaan pakken.

Stichting Bouwkwaliteit (SBK)

Stichting Bouwkwaliteit coördineert en harmoniseert de certificatie in de bouwsector en heeft als doel om de kwaliteitszorg in de bouw te stimuleren. Buiten het beheren van de kwaliteitskeurmerken adviseert SBK het Ministerie van Binnenlandse zaken en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, en fungeren ze als liaison voor Nederland op het gebied van Europese wet- en regelgeving. De SBK Bepalingsmethode vormt de rekenregels voor het opstellen van een LCA in de Nederlandse bouwsector.

System boundary

Een systeemgrens bepaalt de afbakening van een LCA studie. Zo moet er worden bepaald wat de grenzen zijn tussen technologie en natuur, de afbakening van het geografische gebied en de beschouwde tijdshorizon, de grenzen tussen productie en productie van kapitaalgoederen, en de grenzen tussen de levenscyclus van het onderzochte product en gerelateerde levenscycli van andere producten. Het stellen van duidelijke systeemgrenzen is van groot belang bij het maken van een LCA en heeft grote invloed op de uiteindelijke milieu-impact.

Transparency

Transparantie is enorm belangrijk bij het maken van een LCA. Als onduidelijk is waar gegevens vandaan komen en het moeilijk is om de betrouwbaarheid van gegevens vast te stellen, wordt het lastig om de juistheid van een LCA uitkomst (milieu-impact) te bepalen. Daarom gebruikt Hedgehog Company idealiter leverancier specifieke data en alleen wanneer dit niet mogelijk is, worden database gegevens van Ecoinvent of de Nationale MilieuDatabase gebruikt. Een LCA zelf draagt ook bij aan transparantie. Een LCA geeft namelijk volledig inzicht in alle milieu-impacten van een product, bedrijf of organisatie en biedt de kans om erachter te komen waar de meeste impact zit en waar dus kansen liggen voor verbetering.

Unit process

Een Unit Process is één of meer gegroepeerde bewerkingen in een productsysteem die gedefinieerd en gescheiden kunnen worden van andere stappen in het proces. Een Unit Process bevat dus alleen emissies en resource inputs van één processtap en refereert naar de input van andere processen. ISO 14040 definieert een Unit Process als “het kleinste element dat bestudeerd wordt in de analyse van de LCIA waarvoor in- en output gegevens worden gekwantificeerd.” 

Upcycling

Iedereen weet ongeveer wel wat recyclen betekent, maar van upcyclen heeft niet iedereen gehoord. Dit terwijl upcyclen eigenlijk een vorm van recyclen is. Het verschil tussen ‘gewoon’ recyclen en upcyclen zit hem in de kwaliteitsverschil na het recyclen van een product. Het upcyclen van een oud of gebruikt product betekent dat na het recyclen het product meer waarde heeft gekregen. Voorbeelden van upcycling zijn bijvoorbeeld oude olievaten welke als nieuwe meubelstukken gebruikt kunnen worden, of oude denim welke gebruikt wordt voor het produceren van nieuwe tassen. Het tegenovergestelde van upcycling is downcycling, waar bij het hergebruik de kwaliteit juist omlaag gaat.

Value Chain

Een Value Chain is een model die de activiteiten van een bedrijf weergeeft en inzage geeft in hoe een bedrijf via verschillende processen ruwe materialen omzet naar producten en deze vervolgens aan de klant levert. Tijdens het verwerken van ruwe materialen (input) tot afgewerkte producten (output) wordt er waarde (value) door het bedrijf toegevoegd. Er is onderscheid te maken tussen verschillende activiteiten van een bedrijf: primaire activiteiten en ondersteunende activiteiten. Primaire activiteiten zijn direct betrokken bij het maken van het product en de levering aan de klant. Ondersteunende activiteiten zijn niet direct betrokken bij de productie, maar hebben mogelijk wel een invloed op de effectiviteit en efficiëntie van de productie. Een voorbeeld van een ondersteunende activiteit is Human Resource Management.

Vermesting (Eutrofiëring)

Vermesting van bodem of water is een gevolg van de uitstoot (emissie) van stikstofhoudende stoffen. Het gaat hierbij vooral om stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3). Deze stoffen kunnen in de atmosfeer ook worden omgezet tot zuren en stofvormige luchtverontreiniging, het zogenaamde secundair fijn stof. Alle genoemde stoffen kunnen nadat ze op de bodem of het oppervlaktewater zijn gedeponeerd, vermesting veroorzaken. Deze blootstelling kan leiden tot de aantasting van ecosystemen, maar het aerosol wordt – als onderdeel van fijn stof – ook in verband gebracht met gezondheidseffecten.

Waste

Bij het produceren van goederen wordt door bedrijven of organisaties vaak afval (waste) geproduceerd. Niet alles wat afval is, is ook daadwerkelijk écht afval. Zo kunnen er tijdens de productie ook bij-producten ontstaan welke gebruikt kunnen worden voor het produceren van andere producten. Ook neemt de populariteit van het gebruik van cradle-to-cradle materialen toe. Dit zijn materialen die keer op keer opnieuw ingezet kunnen worden in andere producten zonder dat er sprake is van kwaliteitsverlies. Met andere woorden: “Waste equals food”.

Yearly progress

Wanneer een bedrijf of organisatie een LCA heeft laten maken wordt duidelijk wat de impact op het milieu is van een bepaald product (of van de gehele organisatie). Ook wordt het duidelijk wat bepaalde ‘hotspots’ zijn en waar dus het meeste te winnen valt. Echter, wanneer een bedrijf of organisatie verschillende maatregelen heeft getroffen om de milieu-impact terug te dringen, weet je natuurlijk niet in hoeverre de impact is verminderd. Om hierachter te komen kan een bedrijf of organisatie ervoor kiezen jaarlijks hun milieu-impact te laten doorrekenen. Op die manier kan de jaarlijkse progressie bijgehouden worden.  

Met onze services ondersteunen wij ondernemers in impact maken. We bieden diverse losse services aan, of voegen deze met jou samen tot een ROADMAP2030 naar klimaatneutraal in 2030.

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z